Enkel
De enkel vormt de verbinding tussen het onderbeen en de voet en
bestaat uit het bovenste spronggewricht (BSG) en het onderste
spronggewricht (OSG).
Het bovenste spronggewricht heeft de vorm van een vork, die gevormd
wordt door het kuitbeen en scheenbeen en die beide het sprongbeen
omsluiten. Het dak van het BSG is de onderzijde van het scheenbeen
met aan de binnenkant van de enkel de mediale malleolus. Aan de
buitenkant van de enkel zit het onderste deel van het kuitbeen, ook
wel de laterale malleolus genoemd. In deze vork scharniert het
sprongbeen (talus). Tussen het sprongbeen en het hielbeen
(calcaneus) zit het onderste spronggewricht. De stabiliteit van het
enkelgewricht is afhankelijk van een aantal banden en de besturing
door de spieren van het onderbeen, samen zijn dit de
enkelstabilisatoren. De banden zorgen voor de passieve stabiliteit
van de enkel. De spieren voor de actieve stabiliteit.

Blessures van de enkel ontstaan meestal na een verstuiking
waarbij de enkelbanden en of kraakbeen wordt beschadigd. Na een
dergelijk letsel geneest de enkel meestal spontaan. Echter houdt
men in meer dan 30% van de verstuikingen pijn,
instabiliteitklachten of een functiebeperking van de enkel.
Onderzoek naar deze klachten is dan ook nodig wanneer de klachten
niet na 3 tot 6 maanden na het ongeval verdwenen zijn. Een
orthopedisch chirurg is gespecialiseerd in deze klachten en kan
beoordelen of nader onderzoek en behandeling gewenst is. Een MRI
kan dan gewenst zijn, soms gevolgd door een operatieve behandeling
met een kijkoperatie van de enkel of een
enkelbandreconstructie.
In kliniek ViaSana worden deze enkelletsels vaak gezien en
behandeld. Dr.
Sala is gespecialiseerd in sportletsels van de enkel en voert
meer dan 150 enkeloperaties per jaar uit.