Versleten heup
Versleten heup (Heuparthrose)
Een versleten heup is een veel voorkomende aandoening waar
voornamelijk ouderen mee te maken krijgen. De belangrijkste
kenmerken van een versleten heup zijn verlies van kraakbeen,
gewrichtsvernauwing en reactieve woekeringen (osteofyten) van het
gewricht. Dit leidt vaak tot stijfheid, heuppijn en
bewegingsbeperking. De mogelijkheid om te lopen, werken en om
pijnvrij te bewegen kan door een versleten heup lastig worden. In
het algemeen wordt deze heupaandoening behandeld door beperken van
de activiteiten, oefentherapie voor de heup en ontstekingsremmende
medicijnen. Het gebruik van hulpmiddelen zoals een stok of krukken
kan ook helpen. In sommige gevallen is een operatieve behandeling
met een heupprothese de enige oplossing.

Wat zijn de symptomen van een versleten
heup?
• Liespijn: een versleten heup veroorzaakt pijn in de lies met vaak
uitstraling naar de voorzijde van het bovenbeen. In het begin is de
heuppijn vooral aanwezig bij activiteiten en bij belasten van de
heup. Nadien is de heuppijn constant aanwezig, ook tijdens rust, en
vaak is er sprake van nachtelijke pijn.
• Bewegingsbeperking en stijfheid: bij langdurige arthritis is de
beweeglijkheid van de heup ook vaak beperkt, met name het buigen en
het maken van draaibewegingen kunnen lastig zijn. Ook het uitvoeren
van simpele handelingen zoals sokken aandoen en nagels knippen
kunnen lastiger worden.
• Beenverkorting kan eveneens aanwezig zijn bij een versleten
heup.
• Kraken van het heupgewricht
Hoe wordt de diagnose van een versleten heup
vastgesteld?
• ziekteverloop en lichamelijk onderzoek: aan de hand van de
ziektegeschiedenis en de heuppijn kan de diagnose al vermoed
worden. Het onderzoek begint met het observeren bij het lopen. Vaak
hebben mensen met een versleten heup een antalgisch (mankend) of
Trendelenburg (lichaam hellend over de heup, 'eendengang')
looppatroon. Bij een ernstig versleten heup kan beenverkorting
ontstaan. Bij onderzoek van de heup zal vaak een pijnlijke
bewegingsbeperking bestaan waarbij vooral het buigen en het draaien
van de heup lastig wordt.
• röntgenonderzoek: is noodzakelijk om de diagnose te bevestigen en
om de ernst van de versleten heup vast te stellen: vernauwing
gewrichtsspleet, cystenvorming in het bot, osteofytvorming,
beenlengteverschil. De mate van kraakbeenverlies is met een
röntgenfoto vast te stellen.
• MRI scan of botscan kan in een vroegtijdig stadium een versleten
heup vaststellen voordat de gewone röntgenopnames afwijkingen laten
zien. De pijnklachten bij een versleten heup nemen meestal
geleidelijk toe. Aanvankelijk treedt de pijn met tussenpozen op,
vervolgens vooral na bewegen en tot slot kan men zelfs constante
pijn voelen, ook 's nachts. Op basis van de ernst van de heuppijn
en beperkingen in het dagelijks leven wordt samen met uw
behandelend orthopedisch chirurg een beslissing genomen voor een
eventuele behandeling, zoals het plaatsen van een
heupprothese.
Conservatieve behandeling:
Allereerst zal een niet operatieve behandeling worden ingesteld,
voornamelijk bij arthrose in een vroeg stadium: rust, oefentherapie
(bilspierversterkende oefeningen), pijnstillers, eventueel volgen
van een dieet en stoppen met roken. Eventueel kunnen injecties in
het heupgewricht worden toegediend. Hierbij worden corticosteroiden
met een lokaal anaestheticum in het gewricht gespoten.
Gewrichtsvervangende operatie met een
heupprothese
Bij een ernstig versleten heup met pijn en bewegingsbeperking kan
een
heupprothese oplossing bieden. Bij deze operatie wordt de
versleten heup vervangen door een kunstkom van slijtvaste plastic.
De versleten heup kop wordt vervangen door een metalen steel in de
mergholte van het bovenbeen. Op deze steel komt dan een metalen
kunstkop. Afhankelijk van de leeftijd en conditie wordt gekozen
voor een gecementeerde of een ongecementeerde prothese, of een
combinatie van beide. Kort gezegd komt het er op neer dat bij een
gecementeerde prothese zowel de kom als de steel met de kop erop
met botcement worden vastgezet. Bij de ongecementeerde prothese
worden de prothesedelen klemvast geslagen. Het bot moet in de
prothese groeien, de zogenaamde ingroeiheup. De keuze van het soort
prothese wordt met u op de polikliniek besproken.
Gewrichtsvervangende operatie met Resurfacing
prothese
Het verschil met de totale heupprothese is dat alleen de
oppervlakte van de beschadigde heupkop wordt vervangen door een
metalen bal op een metalen kom. Deze operatie is een alternatief
voor de jonge en actieve patiënt met een ernstige versleten heup.
Eveneens is het een metaal-op-metaal prothese, waardoor het
slijtvaster is.
Nadeel van deze techniek is dat oudere mensen met verminderde
botkwaliteit (osteoporose) niet in aanmerking voor deze techniek
omdat de kans op een heupfractuur groter is, zelfs jaren na de
operatie. Het grootste nadeel van deze techniek is dat deze
nieuwste generatie van resurfacing pas sinds 1998 op kleine schaal
werd toegepast, waardoor betrouwbare studies met lange
termijnresultaten nog ontbreken. Ook betreft het een
metaal-op-metaal prothese. Studies hebben aangetoond dat door de
wrijving van beide metaalcomponenten in het lichaam, de
concentratie van metaalionen in het bloed en in de urine verhoogd
is. Het gevolg hiervan is een mogelijke kankerverwekkend effect
alhoewel hier nog geen gevallen van bekend zijn. Wel bestaan er
gevallen van een lokale allergische reactie van het lichaam op het
metaal (metallose).
Wat gebeurt er na de operatie?
Na de operatie wordt u door ons team (medische specialisten,
fysiotherapeuten, heupconsulent, verpleegkundigen) geholpen om weer
zo snel mogelijk zelfstandig te worden. Het is uitermate belangrijk
om de eerste dag na de operatie weer te gaan lopen, de heup
volledig te belasten en te steunen op de geopereerde heup met
behulp van 2 krukken. Dit gebeurt onder begeleiding van de
fysiotherapeut. Het is normaal dat u de eerste dagen na de operatie
wat pijn ervaart in het operatiegebied evenals zwelling van het
gehele been. U krijgt hiervoor pijnmedicatie en dagelijkse
injecties met bloedverdunners in uw buik of bovenbeen om de vorming
van bloedklonters in het been tegen te gaan.
Eveneens zullen foto's worden genomen van uw nieuwe heup op de dag
na de operatie. De operatiewond moet ten minstens 2 tot 3 weken
schoon en droog worden gehouden voor een optimale wondgenezing. 2
weken na de operatie worden de hechtingen verwijderd. De opnametijd
zal 4-5 dagen duren.
De arts zal uw heup en de beweeglijkheid meerdere malen
poliklinisch controleren. Ook zullen regelmatig foto's van de heup
worden gemaakt om deze te controleren op slijtage van de
prothese.
Richtlijnen voor bescherming van de nieuwe heup in de
eerste periode na de operatie
• vermijd buigen van de heup boven 90 graden (dit is een rechte
hoek tussen romp en bovenbeen) om luxatie of ontwrichting te
voorkomen. Bvb. Vermijd voorwerpen op te rapen van de grond,
vooroverbuigen in een stoel
• gebruik de eerste 6 weken altijd 2 krukken
• vermijd tijdens zitten het geopereerde been over het ander been
te slaan
• neem kleine pasjes tijdens het omdraaien
• vermijd druk op de wond tot deze volledig is genezen bvb liggen
op de geopereerde zij
• forceer de heup nooit, of activiteiten die pijnlijk zijn voor de
heup
• vermijd zitten in lage stoelen
Autorijden
U wordt geadviseerd niet auto te rijden totdat U op controle bent
geweest en totdat u voldoende controle heeft over uw been bij
noodsituaties.
Orthopedisch chirurgen
Drs. Andy Wijono - Drs. A. Wijono werd geboren in Surabaya, Indonesie, en groeide op in Belgie. Hij studeerde geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven, Belgie, waar hij cum laude afstudeerde.
Drs. Ralph Eijdems - Ralph Eijdems, geboren in 1974 te Kerkrade, is orthopedisch chirurg en vanaf 1 april 2010 werkzaam in ViaSana.