Standsverandering
Op deze pagina vindt u alles over de standsverandering van de
knie (Tibiakop Osteotomie). Van gegevens over onze deskundigheid
tot zeer uitgebreide patiënteninformatie over de operatie en
revalidatieperiode.
Digitale folder
In de digitale folder vindt u de belangrijkste
patiënteninformatie over de knieprothese.
Klik op de folder hieronder om een volledig scherm weer te
geven.
Kraakbeenslijtage aan de binnenzijde van de knie (mediale
arthrosis) geeft vaak toenemende pijnklachten. Deze slijtage kan
het gevolg van een sportletsel zijn waarbij de meniscus en het
kraakbeen beschadigd zijn geraakt. Ook kan bij O-benen, waarbij de
afstand tussen beide knieën is vergroot, slijtage ontstaan. De
kwaliteit van het kraakbeen kan echter ook spontaan verminderen,
zonder dat daarbij een duidelijk aanwijsbare reden is vast te
stellen.
Conservatieve maatregelen, zoals oefentherapie, fietsen, injecties,
gedoseerde rust, medicatie en een brace kunnen verbetering geven.
Als een patiënt met een O-been toch klachten houdt aan de
binnenzijde van de knie (mediale arthrosis) kan een
standverandering van het onderbeen overwogen worden.
Het doel van de operatie is het verminderen van de belasting op de
binnenzijde van de knie door de beenstand te veranderen. Bij een
tibiakop osteotomie wordt het bot van het onderbeen, vlak onder de
knie, doorgenomen. Meestal wordt het doorgenomen bot opengesperd en
vastgezet met een zeer stevig plaatje. Omdat na de corrigerende
operatie de buitenzijde van het gewricht meer belast wordt, moet
het kraakbeen van dit deel van de knie normaal zijn.
De eerste 6 weken na operatie moet het geopereerde been ontlast
worden hiervoor is het gebruik van krukken noodzakelijk. Het totale
herstel vergt ongeveer 4 maanden voordat de meeste activiteiten
weer gedaan kunnen worden.
Wat zijn de symptomen van mediale arthrosis?
Slijtage van het kraakbeen aan de binnenzijde (mediale
arthrosis) van de knie kan pijn veroorzaken.
• De knie kan gezwollen raken na inspanning.
• Sport is soms onmogelijk, de knie kan haperen of er kunnen
slotklachten optreden.
• Ook startpijn komt voor. Het strekken van de knie kan ook beperkt
zijn.
Vooral bij draaibewegingen en langdurige of forse belasting
treden de klachten op. Lang staan kan pijnlijk zijn of een moe
gevoel geven (We spreken ook wel van een afname van de
actieradius). Vaak is in het verleden al een deel van de
binnenmeniscus verwijderd of is de knie verdraaid. Patiënten met
O-benen hebben een groter risico van vervroegde mediale arthrosis.
Ook kan bij een instabiele knie waarbij de voorste of achterste
kruisband beschadigd zijn eerder slijtage optreden.
Hoe wordt de diagnose van een mediale arthrosis
gesteld?
De diagnose van een mediale arthrosis van de knie kan een
orthopedisch chirurg eenvoudig stellen aan de hand van de klachten,
met lichamelijk onderzoek en beeldvormend onderzoek. Röntgenfoto's
moeten altijd belast gemaakt worden en een MRI-scan kan soms
aanvullende informatie geven.
Hoe wordt mediale arthrosis behandeld?
De behandeling van klachten van een mediale arthrosis van
de knie kan in eerste instantie volstaan met conservatieve
maatregelen. Hierbij speelt een belastingsadvies een belangrijke
rol. Fietsen is een goede vorm van spieropbouw zonder dat de knie
te veel belast wordt. Bepaalde vormen van sport, met name
contactsporten als voetbal, handbal en basketbal, moeten soms
ontraden worden. Tevens kan oefentherapie de spieren van de
beenspieren versterken en kan de knie beter tijdens het belasten
door het lichaam beschermd worden. Ook kunnen pijnstillers soms een
uitkomst bieden. Daarnaast zouden glucosaminen-tabletten kunnen
helpen, het wetenschappelijk bewijs is hier echter mager voor.
Hyaluronzuur- en corticosteroid-injecties geven vaak een tijdelijke
verbetering van de klachten. Een ontlastende scharnierbrace geeft
ook vermindering van de klachten, maar het dragen ervan wordt door
patiënten niet altijd goed vol gehouden. Een eenvoudige knieband
geeft enige tegendruk en wordt vaak als prettig ervaren.
Operatieve behandeling
Indien een conservatieve behandeling van een mediale
arthrosis faalt kan een operatie uitkomst bieden. Een arthroscopie
kan soms enige verbetering geven als de slijtage nog niet
vergevorderd is. Het kraakbeen kan glad gemaakt worden en losse
kraakbeenfragmenten kunnen verwijderd worden. Het effect van deze
ingreep is echter wisselend en soms is een positief resultaat
slechts van korte duur. Afhankelijk van de ernst van de klachten,
leeftijd van de patiënt, slijtage van de knie, stand van het been
en de stabiliteit van de knie kan uw orthopedisch chirurg overwegen
een tibiakop osteotomie te doen of een halve knieprothese te
plaatsen. Bij actieve en jonge patiënten zal eerder voor een
osteotomie gekozen worden. Ook is de keuze van operatie afhankelijk
van de voorkeur en ervaring van uw orthopedisch chirurg.
Tibiakop osteotomie
Als al deze maatregelen geen succes meer bieden kan een
operatie met een standverandering van het onderbeen, tibiakop
osteotomie, uitkomst bieden. Een voorwaarde is wel dat het been
minimaal een neutrale as-stand of een O-beenstand moet hebben. De
tibiakop is het bovenste deel van het onderbeen vlak onder de knie.
Osteotomie betekent doornemen van bot. Met een zaag wordt de
tibiakop opengesperd, een open wig, en in een goede stand met een
stevige plaat met schroeven vastgezet. Hierdoor wordt de belasting
in de knie veranderd, zodat de buitenzijde, het goede deel, van de
knie de meeste kracht opvangt. De open wig van het bot kan binnen 4
maanden weer spontaan met de beoogde standverandering van het been
dichtgroeien. De plaat heeft dus maar een tijdelijke functie en zou
hierna weer verwijderd mogen worden. Als de wig echter meer dan 14
graden bedraagt moet in de wig kunstbot geplaatst worden om het
herstel te bevorderen.

1= Knieschijf
2= Bovenbeen
3= Kuitbeen
4= Open wig
5= Plaat en schroeven
6= Scheenbeen (Onderbeen)

Complicaties na een tibiakop osteotomie kunnen, net als na
iedere operatie, een wondinfectie, trombose of nabloeding zijn. Bij
een open wig is de kans op een zenuwbeschadiging veel lager dan met
een gesloten wig. In kliniek ViaSana worden daarom alleen operaties
met een open wig uitgevoerd.
Nabehandeling tibiakop osteotomie
De nabehandeling van een tibiakop osteotomie vergt
minimaal drie maanden. Met behulp van twee krukken mag de patient
de eerste zes weken het geopereerde been met tien procent belasten.
Daarna mag het been op geleide van de pijn toenemend belast worden.
Bij de eerste controle zal de orthopedisch specialist aan de hand
van de foto beslissen wanneer u op de hometrainer mag en u weer
kunt fietsen. Fysiotherapie is noodzakelijk om de belasting van de
knie goed te doseren. Het bot is samen met de plaat en schroeven
meestal binnen zes weken sterk genoeg om het been volledig te
belasten. Sporten als hardlopen zijn meestal niet binnen drie tot
zes maanden mogelijk.
Het resultaat van de operatie is meestal goed en geeft soms tot
100% klachtenvermindering. Uiteraard is het resultaat afhankelijk
van de ernst van de slijtage en belasting die de knie weer te
verduren krijgt. Vaak kan een operatie met een knieprothese 10 tot
15 jaar worden uitgesteld.
Orthopedisch chirurgen
Drs. Klaas van der Heijden - Klaas van der Heijden, geboren in 1955, is orthopedisch chirurg en naast één van de grondleggers ook medisch directeur van ViaSana.
Dr. Tony van Tienen - Tony van Tienen heeft zich na zijn specialisatie toegelegd op de sport-orthopedie. Hij is gepromoveerd op meniscustransplantaties, een onderzoek dat werd beloond met de Mathijsenprijs.