Kliniek ViaSana eerste ZBC met digitaal verpleegdossier
26-05-2011
ViaSana heeft deze week als eerste zelfstandig behandelcentrum
van Nederland het elektronische verpleegdossier van
software-leverancier Chipsoft in gebruik genomen. Door de sterke
groei van het aantal orthopedische operaties was er behoefte aan
een betere borging van protocollen en werkinstructies. Het nieuw
ingevoerde elektronische verpleegdossier voorziet hierin.
Computers op elke patiëntenkamer
Veel ziekenhuizen maken gebruik van een digitaal verpleegdossier
maar leggen gegevens eerst op papier vast om naderhand het digitale
dossier in te voeren. Doordat ViaSana elke patiëntenkamer heeft
uitgerust met kleine computers kunnen de orthopedisch chirurgen en
verpleegkundigen van ViaSana data direct aan het bed invoeren. Op
die manier ontstaat minder ruis en neemt de kwaliteit van de
registraties toe.
Invoering van het digitale dossier
Een team van drie verpleegkundigen, het afdelingshoofd van de
verpleging en de applicatiebeheerder hebben samen met
Chipsoft-medewerkers de invoering succesvol ingezet. Vooral de
eerste dag was spannend, maar dankzij de scholing vooraf waren er
geen problemen en merkte orthopedisch chirurgen en verpleegkundigen
al snel de voordelen. Doordat de medische verslaglegging, het
verloop van de opname en het welbevinden van de patiënt digitaal
worden ingevoerd is alles eenduidig en praktisch binnen handbereik.
Daarnaast kunnen ook gegevens van andere afdelingen zoals de
polikliniek en het OK-complex aan het bed ingezien worden.

Verpleegkundigen werken met nieuw digitaal
verpleegdossier.
Patiënt bij het zorgproces betrekken
Ook in de toekomst gaat ViaSana verder met de digitalisering van
haar zorgprocessen. Zo wordt later dit jaar het zorgportaal
ingevoerd. Hiermee worden patiënten beter bij het zorgproces
betrokken, via dit portaal kunnen patiënten namelijk thuis een
lijst met vragen invullen. Denk hierbij onder andere aan de NAW
gegevens, de voorgeschiedenis van de gewrichtsklachten en het
medicijngebruik. Deze activiteiten hoeven niet meer in de kliniek
plaats te vinden, waardoor er meer tijd is voor lichamelijk
onderzoek en het bespreken van andere vragen.