terug
Hoe kunnen we u helpen?

De anesthesioloog
Een anesthesioloog is een medisch specialist die zich bezighoudt met het geven van anesthesie (narcose) aan patiënten die een operatie moeten ondergaan. De anesthesioloog let op de vitale functies zoals de ademhaling, het bewustzijn, en/of pijn. Deze functies worden gecontroleerd, bewaakt, ondersteund en zo nodig overgenomen. Tijdens de operatie is de anesthesioloog of diens assistent, de anesthesie-medewerker, voortdurend bij u. Zo nodig kan de anesthesioloog ieder moment de anesthesie bijstellen. De anesthesioloog bespreekt de gang van zaken rondom de anesthesie/ingreep met u en bepaalt daarna welke vorm van anesthesie het meest geschikt is.

Voorbereidingen op de anesthesie
Voordat u de anesthesie krijgt toegediend, wordt de bewakingsapparatuur aangesloten. U krijgt plakkers op de borst om de hartslag te meten en een klemmetje op uw vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren. De bloeddruk wordt aan de arm gemeten. U krijgt een infuus ingebracht in uw hand of arm waardoor u vocht toegediend krijgt. Via dit infuus dient de anesthesioloog de narcosemiddelen toe.

Welke vorm van anesthesie is voor u geschikt?
De anesthesie kan per patiënt verschillen. Dit heeft te maken met uw leeftijd, lichamelijke conditie en de operatie. Het is mogelijk dat er een combinatie van anesthesietechnieken wordt gebruikt. Er zijn verschillende soorten anesthesie:

1. Algehele anesthesie (narcose)
Bij algehele anesthesie wordt het hele lichaam verdoofd. Bij deze vorm van anesthesie bent u in een diepe slaap, waardoor u van de operatie niets merkt. Ook zult u zich niets van de operatie herinneren. Er is een kleine kans op bijwerkingen. Door het inbrengen van het beademingsbuisje kan een gebit worden beschadigd en kunt u na de operatie een kriebelig gevoel achterin de keel hebben. Deze irritatie verdwijnt vanzelf binnen een aantal dagen.

2. Spinale anesthesie (ruggenprik)
De ruggenprik is niet pijnlijker dan een gewone injectie. Als de verdoving is ingespoten merkt u eerst dat uw benen warm worden en gaan tintelen. Later worden ze gevoelloos en slap evenals de rest van het onderlichaam (vanaf de navel). Tijdens de operatie blijft u bij bewustzijn. Van de operatie ziet u niets omdat alles wordt afgedekt met doeken. Als u toch liever slaapt, dan kunt u om een licht slaapmiddel vragen. Als bijwerking van een ruggenprik kan een lage bloeddruk optreden. Tot de verdoving na de operatie helemaal is uitgewerkt kan plassen soms moeilijker gaan. Zorg er dus voor dat u voor de operatie goed heeft uitgeplast. Het kan nodig zijn de blaas na de operatie met een katheter leeg te maken. In enkele gevallen kan kort durende hoofdpijn optreden.

3. Plexus anesthesie (plaatselijke verdoving)
Het gevoel in een arm of been kan tijdelijk uitgeschakeld worden door bepaalde zenuwen tijdelijk te verdoven. De anesthesioloog prikt op de plaats waar de zenuwen lopen die verdoofd moeten worden. Hierbij maakt hij gebruik van een zogenaamde zenuwstimulator en een echoapparaat. Met een zeer lage elektrische stroom wordt de zenuw gestimuleerd. Met het echoapparaat wordt de zenuw zichtbaar gemaakt. Als de naald op de goede plaats zit, spuit de anesthesioloog het verdovende middel in. Als de verdoving is uitgewerkt komen de bewegingen en het gevoel weer terug. De verdoving moet enige tijd inwerken. Tijdens de operatie krijgt u sedatie of blijft u wakker (waarbij u zo nodig een rustgevend middel kunt krijgen). U kunt zelf bepalen of u op de monitor mee wilt kijken tijdens de operatie. Heel zelden kan het zijn dat u na het uitwerken van de verdoving last houdt van tintelingen. Deze verdwijnen over het algemeen na enige tijd vanzelf.

4. Sedatie (roesje)
Hierbij krijgt u via een infuus medicijnen toegediend waardoor u beter kunt ontspannen en u (licht) slaapt. Uw anesthesioloog stelt dit zo nodig voor.

Anesthesie bij kinderen
In ViaSana worden alleen kinderen van 12 jaar en ouder geopereerd. Kinderen kunnen via een prikje of een kapje in slaap gebracht worden. Uw kind mag een knuffel of speelgoed meenemen. In veel gevallen kunt u als ouder of verzorgende mee naar de operatiekamer om uw kind te begeleiden bij het in slaap maken.

Wanneer het mogelijk is, kan de anesthesioloog naast het slapen ook een plaatselijke verdoving geven zodat uw kind de eerste uren na de operatie zo min mogelijk pijn heeft.

Na de ingreep
Na de operatie brengen de anesthesioloog en de anesthesiemedewerker u naar de verkoeverkamer (recovery). Gespecialiseerde verpleegkundigen zien erop toe dat u rustig bijkomt van de operatie. Bij narcose of een roesje kunt u zich kort na de operatie nog slaperig voelen en af en toe wegdommelen. Bij spinale anesthesie kan het 1 tot 4 uur duren voordat het gevoel terugkomt en bij plexus anesthesie 6 tot 16 uur. Tijdens het bijkomen bent u aangesloten op bewakingsapparatuur. Soms heeft u een slangetje in uw neus om u extra zuurstof te geven. De verpleegkundige vraagt u regelmatig hoe het met de pijn gaat. De verpleegkundige en de arts kunnen hier de pijnstilling op aanpassen. Zo nodig kunt u zelf om extra pijnstilling vragen. Hoe langer u wacht met het melden van pijn, hoe moeilijker het is om de pijn te bestrijden. Veel mensen hebben dorst na een operatie. Als u weer wat mag drinken, doe dan voorzichtig.

Naar huis
Er zijn voorwaarden waar u aan moet voldoen voordat u weer naar huis gaat. Soms moet u een dag langer in ViaSana blijven. De volgende dag wordt dan opnieuw beoordeeld of u veilig naar huis kunt. Het is normaal dat u zich na een operatie een tijdlang niet fit voelt. Het lichaam moet in eigen tempo herstellen.

Medicijnen
In de meeste gevallen krijgt u een recept  voor medicatie mee naar huis. Met dit recept kunt u de medicijnen bij uw apotheek ophalen. Hier zijn mogelijk kosten aan verbonden, dit is afhankelijk van uw verzekering.

Niet eten, drinken en roken vóór uw operatie (nuchter zijn) 6 uur voor de opnametijd mag u niet meer eten en drinken.
Uitzonderingen:

  • Tot 2 uur voor de opnametijd mag u alleen heldere vloeistoffen drinken (water, appelsap, thee en koffie zonder melk en suiker).
  • Tot aan de opnametijd mag u een slokje water om uw medicijnen in te nemen.

Indien u nog mag ontbijten, omdat dit langer dan 6 uur voor de opnametijd is, neem dan een licht ontbijt (beschuit, kopje thee of koffie zonder melk).

Heeft u bewegings- of pijnklachten? Wij luisteren graag.

Corona maatregelen
laatste nieuws