terug
Hoe kunnen we u helpen?

Zes fabels over de voorste benadering bij een heupprothese

dinsdag 6 november 2018

Zes fabels over de voorste benadering bij een heupprothese

Minder spierschade, minder pijn, minder complicaties en sneller naar huis dankzij de voorste benadering bij een heupprothese. Het internet staat vol met veelbelovende kreten over deze ‘nieuwe’ operatiemethode. Maar kloppen deze kreten wel? Welke operatiemethodes zijn er? Wat zijn nu daadwerkelijk de verschillen? En wat is de beste benadering voor u als patiënt? Orthopedisch chirurg en heupspecialist Miranda Diks geeft antwoord.

Verschillende benaderingen

Bij een heupprothese wordt het heupbot vervangen door een metalen prothese. Om bij het heupbot te komen moet de operateur door huid en spieren heen. Dit kan de operateur op verschillende manieren doen, te weten via de zijkant, de achterkant of de voorkant van de heup. Met name over de laatste benadering bestaan een aantal fabels.

Fabel 1 - Nieuwe methode

De voorste benadering zou een nieuwe operatieve methode zijn. Andere methodes worden als traditionele operatietechniek bestempeld. De voorste benadering wordt met name in Frankrijk veel uitgevoerd. Deze operatietechniek gebeurt daar al zo’n 70 jaar. Maar ook in Nederland en de rest van de wereld kennen we deze methode al lang. Toch wordt de achterste benadering in Nederland en de rest van de wereld vaker gedaan dan de voorste benadering.

Fabel 2 - Minder spierschade

Bij de voorste benadering blijven alle spieren intact, dat klopt. Maar ook bij de achterste benadering blijven de spieren vaak onaangetast. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid spierweefsel, uw gewicht en de vorm van de heup. Pas als u niet aan de criteria voldoet wordt één van de spieren doorgenomen. Maar om in aanmerking te komen voor de voorste benadering moet een patiënt ook aan criteria voldoen. Is dit niet het geval? Dan kan de voorste benadering niet doorgaan en wordt alsnog de achterste benadering gedaan.

Fabel 3 - Minder pijn

Er wordt beweerd dat patiënten met een voorste benadering minder pijn ervaren na de operatie. Er zijn echter ook veel onderzoeken die aangeven dat er geen verschil is in de pijn die patiënten voelen. Pijn wordt vooral beïnvloed door andere factoren zoals de voorbereiding, het tijdstip en type pijnstilling, een vroege mobilisatie en een goede voorlichting. Uit de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI) blijkt daarnaast dat patiënten met de voorste of de achterste benadering na drie maanden even tevreden zijn en er geen verschil is in pijnklachten. 

Fabel 4 - Sneller naar huis

Patiënten kunnen vaak al de eerste dag na de operatie naar huis. Dit komt door de Rapid Recovery methode die bij de voorste benadering wordt toegepast. Maar deze methode wordt binnen ViaSana al jaren ook bij de achterste benadering gebruikt. Hierdoor kunnen ook patiënten met de achterste benadering de dag na de operatie naar huis.

Fabel 5 - Minder leefregels

Bij de voorste benadering zouden er minder leefregels opgelegd worden. Zo zouden patiënten eerder mogen autorijden, niet perse op hun rug hoeven te slapen, er zou geen verhoogde stoel nodig zijn en krukken zouden minder lang nodig zijn. Patiënten die bij ViaSana de achterste benadering krijgen, hebben nagenoeg dezelfde leefregels als patiënten die elders een voorste benadering krijgen. 

Fabel 6 - Minder complicaties

Bij de voorste benadering zou de heup stabieler zijn waardoor het kunstgewricht minder snel luxeert (uit de kom schiet). Dit klopt inderdaad, maar ook bij de achterste benadering is het luxatiepercentage laag. Daar komt bij dat de voorste benadering een groter risico op andere complicaties kent. Zo is er bij de voorste benadering meer kans op uitval van de huidzenuw van het bovenbeen en zou ook een dijbeenbreuk vaker voorkomen. Daarnaast zijn er eerste signalen uit het LROI, dat er bij de voorste benadering een grotere kans is dat de prothese na zeven jaar loslaat.

Voorste benadering vraagt een deskundige orthopedisch chirurg (feit)

Bij de voorste benadering heeft de chirurg een minder goed zicht op het te opereren gebied. Daarom wordt gezegd dat orthopedisch chirurgen meer dan 50 heupprotheses via de voorste benadering geplaatst moeten hebben voordat ze deze benadering goed zelfstandig kunnen uitvoeren. Bij de achterste benadering heeft de chirurg een beter overzicht van het operatiegebied en kan overal goed bij. Maar dit wil niet zeggen dat deze benadering eenvoudig is. Ook bij deze benadering is een ervaren orthopedisch chirurg belangrijk. De orthopedisch chirurgen die in ViaSana werken plaatsen jaarlijks meer dan 300 heupprotheses. Ik heb in mijn ruim 14 jaar ervaring als orthopedisch chirurg meer dan 1300 heupprotheses geplaatst via de achterste benadering en heb daar hele goede resultaten mee. 

Wat is nu de beste benadering?

Een traditionele methode klinkt misschien wat saaier dan een methode die nieuw is, of als zodanig ‘verkocht’ wordt. Maar vanwege onze zeer goede resultaten blijven we bij ViaSana de achterste benadering doen. Pas als er een techniek komt die bewezen beter is stappen wij over. Als patiënt zou ik het niet belangrijk vinden of de voorste- of achterste benadering wordt gedaan, ik kijk liever of er een complete benadering wordt toegepast. Want de kans van slagen van een heupoperatie heeft veel meer met het complete traject rondom uw operatie te maken. Denk aan uw fysieke gesteldheid voor de operatie, uw revalidatieproces, het type prothese en hoe ervaren uw orthopedisch chirurg is. Bekijk op www.viasana.nl de behandelresultaten van onze geplaatste heupprotheses en andere operaties. Dan kunt u de resultaten die wij met de achterste benadering behalen vergelijken met die van een zorginstelling die de voorste benadering doet. Tenminste, als ook zij die resultaten openbaar hebben gemaakt.

Miranda Diks
Miranda Diks

Orthopedisch chirurg